LEMBEEK (deel 2)
In 1983 publiceerden we een eerste deel van „Lem-beek in oude prentkaarten”. Dit boekwerk werd door het publiek - mede dank zi j de verzorgde lay-out - bijzonder goed onthaald en is inmiddels reeds lang uitverkocht. Voor de uitgever was de tijd dan ook rijp om aan een tweede deel te denken. Het spreekt vanzelf dat wij deze uitnodiging niet links lieten liggen. Wij hebben dit deel opgeval als een wandeling door het Lembeek van weleer aan de hand van oude prentkaarten en fotomateriaal. Bepaalde onderwerpen (zoals bijvoorbeeld het kasteel) kwamen reeds in het eerste deel aan bod, maar het afgebeelde materiaal werd voor het overgrote gedeelte nog nooit eerder gepubliceerd. Ook wat betreft het tekstgedeelte hebben we steeds naar nieuwe invalshoeken gezocht. Historische wetenswaardigheden worden afgewisseld met anekdotes en merkwaardige details.
Voor de recente geschiedenis vormen de oude prentkaarten een visuele bron van bijna onschatbare waarde. Zelfs het kleinste „boerengat” werd door de fotografen niet overgeslagen.
Ook in Lembeek werden er talrijke prentkaarten uitgegeven. De allereerste kaarten van Lembeek werden uitgegeven op het einde van de vorige eeuw door het huis Ncls in Brussel. Al vrij snel zagen lokale fotografen en drukkers brood in prentkaarten en begonnen zij zelf met de uitgave ervan. Pioniers hier waren Nicolas Adant en het huis Vanheghen die kort na de eeuwwisseling hun eerste kaarten op de markt brachten. Vergeten we niet dat Lembeek in die periode nog een druk bezochte bedevaartplaats was; ook de talrijke handelszaken en kleine werkateliers trokken heel wat volk van buiten de gemeente aan. De komst van de Broeders der Christelijke Scholen in 1904 zorgde voor een rijke produktie van prentkaarten. Niet zo verwonderlijk, want de talrijke Broeders, novicen en internen „consumeerden" grote hoeveelheden kaarten met afbeeldingen van hun Generaal-Huis te Lembeek. De prentkaart was toen een goedkoop communicatiemiddel. Deze functie werd geleidelijk aan overgenomen door de telefoon en door de toenemende mobiliteit vervaagden al snel de afstanden.
Tussen de twee wereldoorlogen was vooral drukker Rimez-Delcour actief als uitgever van kaarten. Enkele bedrijfsleiders lieten prentkaarten van hun werkplaatsen drukken en gebruikten ze voor het voeren van eenvoudige briefwisseling. De publiciteit die [...]
SINT-GENESIUS-RODE (deel 1)
Wat de nieuwe inwoners betreft, zonder dat iets bijzonders hen heeft aangelokt dan de mogelijkheid er een huisvesting te vinden, bij dezen moet de belangstelling gewekt worden voor alles wat hen omringt, de oude plaatsnamen, de gebruiken, de overblijfselen van het verleden, zodat ze aldus op hun beurt aan onze gemeente gehecht geraken. Dit boekje probeert bij te dragen tot de vervulling van deze wens van onze geschiedschrijver Constant Theys.
De naam van onze gemeente verschijnt in 1141 in de Latijnse vorm „Roda” en neemt vanaf 1190 Zijn definitieve vorm aan, soms afgekort tot „Roo”. Zoals de naam aanduidt, is de geboorte van Rode verbonden met het woud en bijna heel zijn geschiedenis houdt hiermede verband. In 1824, vóór de door de Algemene Maatschappij gedane ontginningen, telde Rode nog vierendertighonderd bunder bos; thans blijven er nog ongeveer zevenhonderd hectare woud over, waaraan dienen te worden toegevoegd de grote domeinen die, al is het gedeeltelijk, hun woudaanzicht hebben bewaard en meer in het bijzonder het geklasseerde landschap van „Zeven Bronnen”.
Voor 1800 waren er meerdere grote hoeven, waarvan er drie nog in bedrijf zijn, namelijk die van „Zeven Bronnen”, „Hof-ten-Hout” en „Boesdael”; laatstgenoemde wordt bedreigd door een verkavelingsplan voor sociale woningen. Hetgeen hier te betreuren valt is het feit dat in genoemd plan geenszins het behoud van deze hoeve, die bij de mooiste van onze streek gerekend kan worden, werd voorzien.
Van woud- en landbouwgemeente evolueert onze woonplaats meer en meer tot een verblijfsgemeente, [...]
En ce qui concerne les nouveaux habitants, que rien de particulier n’a attirés à Rhode, sinon la possibilité de trouver un logement, il faut éveiller leur intérêt pour tout ce qui les entoure, les vieux toponymes, les usages, les vestiges du passé, de sorte qu’ils s’attachent ainsi à leur tour à notre commune. Espérons que le présent petit album contribuera à exaucer ce voeu de Constant Thcys, l’historien de notre commune.
Rhode-Saint-Genèse n’a rien à voir avec l’île de Rho-dos, non plus qu’avec la Genèse d’ailleurs: son nom, qui apparaît dès 1141 sous la forme latine „Roda” vient du flamand „rode” désignant un sart, une étendue défrichée. Quant à Saint-Genèse, il s’agit d’un martyr chrétien, honoré comme protecteur des comédiens et... des voleurs, et réputé pour la guérison des verrues et des tumeurs.
Bien des vestiges de la forêt de Soignes, qui couvrait entièrement notre commune jusqu’au moyen-âge, subsistent encore à l’ouest de la chaussée de Waterloo et de la drève Brassine, qui marquent les limites occidentales de la forêt actuelle. Ce n’est qu’au dix-neuvième siècle que ce caractère forestier s’est atténué du fait des défrichements effectués par la Société Générale après sa création en 1822, lesquels ont donné naissance à de nombreuses exploitations agricoles. De grosses fermes existaient cependant déjà avant 1800, notamment celles de Boesdael, Ingendael, Lansrode, Hof-ten-Hout, Sept Fontaines dont des bâtiments subsistent encore.

gelijkaardige artikelen zoeken per categorie
gelijkaardige artikelen zoeken per onderwerp: