boeken. gelezen. goedgekeurd.
Welkom bij Bibliomania, de online specialist in tweedehands boeken
FR  •  NL
Winkelmand
0
Stenen herleven : 111 jaar kunstige herstellingen in Brugge 1877-1988
Gebonden / 260 bladzijden / uitgave 1988
taal (talen) : nederlands
uitgever : Marc Van de Wiele
ISBN : 9069660369
EAN : 9789069660363
afmetingen : 318 (h) x 250 (b) x 28 (dk) mm
gewicht : 2060 gram
Dit boek is
momenteel niet
beschikbaar bij
Bibliomania
Nadat een aanzienlijk deel van ons architecturaal patrimonium tijdens de Franse bezetting verloren is gegaan, begint, onder invloed van de romantische tijdgeest, de wederopbouw. Vooral na de onafhankelijkheid van België ontstaat - evenals in andere Europese landen -een sterk nationaal gevoel en begint men de monumenten uit het verleden te beschermen en te herstellen. Reeds in 1835 wordt een Koninklijke Commissie voor Monumenten opgericht. Aan de oorsprong van het restaureren en conserveren van monumenten ligt ongetwijfeld een romantische reflex (1). Als filosofische stroming is de romantiek in wezen een Europese reactie op de maatschappelijke ontwikkelingen in de 19de eeuw. De ondergang van de aristocratie door de Franse revolutie, de opkomst van de parlementen samen met de industriële revolutie die het ambacht volledig verdringt, leiden tot vervreemding, pessimisme en Weltschmerz. Men voelt zich niet meer goed in een maatschappij die totaal andere waarden nastreeft en de oude tradities volledig ondermijnt. De nieuwe generatie is onderworpen aan twijfel en scepticisme en grijpt daarom terug naar het verleden, waar het gedachtengoed niet aan twijfel is onderworpen. Men zoekt zekerheden en vindt die ondermeer in de godsdienst. Vooral de middeleeuwse cultuur, waar de godsdienst een vaste waarde in de samenleving betekent, wordt het voorwerp van melancholische mijmeringen. Het verhoogde religieuze gevoel en het teruggrijpen naar de middeleeuwse devotie leiden tot een herwaardering van de gotiek, de christelijke kunst bij uitstek. De neogotiek blijft heel de 19de eeuw aanwezig en evolueert van een romantische uiting tot een stijl die de maatschappelijke en technologische veranderingen op een eigentijdse manier zal vertolken. Aldus kan men de neogotiek niet louter als retrostijl bestempelen, maar als een vormgeving die op een eigen manier de ontleende vormen gebruikt voor het vertolken van de eigen tijdgeest (2).

In Engeland introduceert A.W. Pugin (1812-1852) als eerste de combinatie christendom, middeleeuwen en gotiek in de architectuurtheorie en -praktijk op een rationeel en historisch verantwoorde wijze.

A.W. Pugin verzet zich tegen de oppervlakkige nabootsing van de gotiek, die in de eerste helft van de 19de eeuw tot eclecticisme en banaliteit had geleid, en ijvert voor de heropleving van de stijl volgens de principes zelf van het middeleeuwse bouwen. De klassieke compositieleer moet plaats maken voor een archeologisch verantwoord bouwen in gotische trant. Het uitzicht van de gebouwen is bepaald door principes als ’logische constructie’ en het duidelijk tot uiting laten komen van de verschillende functies van het gebouw.

De ideeën van Pugin kennen een enorme bijval en worden door theoretici als Ch. de Mon-talembert in Frankrijk, A. Reichensperger in Duitsland enj. A. Alberdingk Thijm in Nederland op het Europees vasteland verspreid. In België krijgt Pugin voornamelijk bekendheid door een Franse vertaling van zijn werk door de in Brugge wonende T.H. King (1822-1892), ’Les vraisprincipes de ¡’architecture ogivale ou chrétienne’ip), en door Baron J.B. de Bethune (1822-1894) de grote promotor van de orthodoxe Puginaanse gotiek in Vlaanderen. Meer dan enig ander architect is J.B. de Bethune erin geslaagd de opvattingen van Pugin in praktijk te vertalen. Hij heeft hierbij de grote verdienste niet louter ’volgeling’ te zijn, maar de opvattingen naar de eigen lokale tradities te adapteren. Rond De Bethune ontstaat een wijd vertakte neogotische beweging, die een grote maatschappelijk impact krijgt met de oprichting van de St.-Lucasscholen in 1862. Tot die beweging behoren : A. van Assche (1826-1907), A. Ver-haegen (1847-1917), J. Helleputte (1852-1925), J.F. van Gierdegom (1760-1844), P. Van Kerkho-ve (1847-1889) e.a.

In de tweede helft van de 19de eeuw overstijgt een groep architecten in Vlaanderen de streng archeologisch-religieuze neogotiek van De Bethune en Pugin. Men begint vrijer om te gaan met de neogotische principes en zo komt men tot een eigentijdse benadering van de gotiek : er is opnieuw plaats voor vrijheid en originaliteit, zonder dat de functionaliteit en de rationele constructie teloorgaan. De architectuur verliest haar moraliserend karakter en men krijgt oog voor het burgerhuis in tegenstelling tot vroeger, toen vooral het kerkpatrimo-nium de aandacht trok. In deze evolutie wordt het eigen lokale verleden een belangrijke factor in de architectuurpraktijk. Vertegenwoordigers van deze richting waren : W.C. Brangwyn, J. Schadde, L. Delacenserie, Ch. de Wulf, e.a., die ook als restaurateurs werkzaam zijn.

De herwaardering van de middeleeuwse architectuur en de evolutie van de architectuur-opvattingen, hebben ook hun weerslag op de restauratiefilosofie. Meer nog dan een [...]
gelijkaardige artikelen zoeken per categorie
gelijkaardige artikelen zoeken per onderwerp: