Henri Hardy nog gekend? Allicht niet want de brave man is al 72 jaar dood en begraven. Henri — Hantje in ons zo heerlijk sappig dialect — was de laatste helleman van Halle. De laatste? Ja, wij horen sommigen al afkomen met de opmerking ‘en Lode Dehaen dan’? Lo, met alle respect voor uw vocale kunsten en machtige stemverheffing, maar Hantje was echt de allerlaatste. Enkele járen geleden hebben taalpuristen het immers aangedurfd om de helleman tussen zes planken af te voeren en onder de grond te stoppen. Voor die academische muggenzifters ben jij geen helleman maar een belleNman. Punt uit.
Hantje Hardy is onze gids in dit derde fotoboekje over zijn en ons Halle. Een beetje nostalgie op de drempel van een nieuwe eeuw. Het moet kunnen.
Hantje werd geboren op 10 november 1840. ‘Op Sint-Martinusavond, om 5 uur onder het Lof. Thuis natuurlijk, in het Sollembeemd’, vertelt Hantje. ‘Mijn vader Luppe, beter gekend als Luppe Gerreke, was helleman vanaf zijn twaalfde. Ik moet er dus geen tekeningetje bijmaken van wie ik de microbe erfde. Pa was trouwens niet de eerste de beste. Hij was er bij in 1830 toen wij de Hollanders op hun doos gaven. Als tamboer van de Halse troepen. Mijn moeder heette Maria Josina Herremans.’
Luppe Gerreke leefde nog toen Toontje Demiddeleer - zeg maarTontje Pis, zo genoemd omdat hij baas was van het café In ’t Manneken Pis aan de Klinkaart — en Kloske Jans-sens aspirant-belleman werden.
‘Pa’s stem was zo verslapt en hij was de laatste tijd zo ziek geweest, dat hij zijn bel moest afgeven. Met pijn in het hart’, zegt Hantje. ‘Maar aan wie? Die twee lagen zo los op zijn job dat er kletterende ruzie van kwam. De hoge tippen van 't stad moesten de knoop doorhakken. En ge weet hoe leep die dikkoppen zijn. Zij willen door de klaveren lopen zonder zich nat te maken. Ja, toen ook al. Resultaat: zij stelden een beurtrol in. Eén weekTontje, één week Kloske.’
Hantje speelde intussen schoenmaker en werkte een tijdje als ‘voyageur in de Woelepays’ maar de bel van zijn pa beet serieus in zijn been. Ook hij wou helleman worden. Kostte wat het kost. En stiekem trok hij er zelf met de bel op uit.
‘Het duurde niet lang,’ lacht Hantje, ‘of de helft van de stad wou mij als helleman terwijl de andere helft partij trok voorTontje Pis. Maar ik had een plan en fabriceerde een spotlied opTontje. Elke zondag stond gans Halle op de Beestenmarkt om me mijn liedje te horen zingen. Ik kreeg van alle kanten supporters. En Tontje?

gelijkaardige artikelen zoeken per categorie
gelijkaardige artikelen zoeken per onderwerp: