Joseph Abbeel uit Vrasene wordt in 1806 als soldaat ingelijfd in het leger van Napoleon. Met meer dan 500.000 andere soldaten trekt hij in 1812 met Napoleon Rusland binnen. Hij is een van de weinigen die het zal overleven. Abbeel maakt alle verschrikkingen van de veldtocht mee: hij lijdt honger en dorst, plundert om aan eten te komen, ontsnapt ternauwernood aan kozakken, zit onder het stof en ongedierte, raakt gewond in een veldslag, ziet Moskou branden - en dan moet de terugtocht nog beginnen!
De dood is nooit ver weg - en Abbeel verlangt er soms naar! - maar op miraculeuze wijze ontglipt dat lot hem telkens. Wanneer hij Hamburg bereikt en denkt dat zijn ellende bijna voorbij is, wordt hij krijgsgevangen genomen. Dan begint een tocht naar de Wolga, nog achthonderd kilometer verder dan Moskou.
Na thuiskomst in Vlaanderen stelt Abbeel zijn herinneringen op schrift. Hij doet dat beeldend, met humor en oog voor detail, zodat de lezer zijn avonturen letterlijk meebeleeft. Joost Welten en Johan De Wilde maakten Abbeels verhaal toegankelijk voor een breed publiek.

gelijkaardige artikelen zoeken per categorie
gelijkaardige artikelen zoeken per onderwerp: