In het Luikse begon de steenkolenwinning rond de Xllde eeuw. Het Prinsbisdom Luik was lange tijd het enige gewest dat dit op intensieve wijze deed.
De mijnbouw, of ontginning in dagbouw in het begin, oriënteerde zich zeer snel tot de bouw van mijnschachten en galerijen (Xlllde eeuw). Er zal moeten gewacht worden tot de XlXde eeuw voordat een oplossing zou gevonden worden voor het probleem van de mijnuitpomping (het doorzijpelend water verspreidt zich in de mijnschachten en hindert of belet het werk). De zacht glooiende waterlozing die tot dan gebruikt werd, is slechts voor de boven de waterstromen liggende schachten geldig. In de XVIIde eeuw had de familie Sualem nochtans «l'engin » ingesteld, dat op het principe van de boven elkaar liggende zulgpompen berustte (dit principe zal R. Sualem beroemd maken voor de machine van Marly en de fonteinen van Versailles). In de XVIIIde eeuw wordt dit procédé door de Engelsman Newcomen verbeterd ; hij bouwde een stoomtoestel («vuurpomp» of «atmosferische machine»).
Tot in de XVIde eeuw had men steenkool voornamelijk voor de huisverwarming en in de smederijen gebruikt; vanaf de XVde eeuw werden er eveneens sporen van uitvoer ontdekt.
Vanaf de XVIIde eeuw wordt de steenkool in de Waalse glasfabrieken gebruikt. Ze wordt ook vanaf de XVIIde eeuw in de staalnijverheid aangewend.

andere publicaties door P. Donnay
gelijkaardige artikelen zoeken per categorie
gelijkaardige artikelen zoeken per onderwerp: